Glas: geschiedenis en fabricage

Glas: geschiedenis en fabricage

Natuurlijk glas 5000 jaar voor Christus

Het oudste bekendste glasmateriaal dateert van 5000 jaar voor Christus. Het gaat om glasparels die bij toeval zijn ontstaan door verhitting van kwartskorrels in het zand. Glas is echter zo oud als de aarde: in lava van vulkaanuitbarstingen komt een stof voor, lavaglas of obsidaan, die eigenschappen van glas heeft. Rond 1500 voor Christus vond voor het eerste bewerking van natuurlijke glasparels plaats. Dit gebeurde door de parels te verhitten en het vloeibare materiaal rond een mal van klei te gieten.

Ontstaan van vlakglas voor begin jaartelling

Vlak voor Christus is de blaaspijp uitgevonden. Deze ligt aan de basis van de fabricage van vlakglas. Door glas te blazen konden grotere oppervlakten worden gemaakt. De geschiedenis leert dat de Romeinen hierop voortborduurden door glas te gieten in vochtige houten mallen. Dit glas was zeer kwetsbaar, maar toch met oppervlakten tot 30 bij 60 centimeter. Met de expansie van het Romeinse Rijk nam aan de verspreiding van glas plaats. het glas had vaak niet transparante groene of blauwe kleur. Met name in de koudere West-Europese landen was glas populair om vensters te dichten.

Ontwikkeling vlakglas vanaf 1000 na Christus

De grote uitdaging was om de productiemethode van glas te verbeteren met als doel grotere oppervlakten van glas te kunnen maken en het glas zo helder en vlak mogelijk te produceren. Vanaf 1000 na Christus namen de glastechnieken een vlucht. Overal in Europe stonden kleine glaswerkplaatsjes. Vaak vond de productie in bosrijke omgevingen plaats. De overstap van brandhout naar steenkool voor het verhitten van glas onderving de ontbossing. Met deze ontwikkeling ontstond een nieuwe type glasoven met een betere en meer constante kwaliteit. In de tweede helft van de 19e eeuw vertienvoudigde de glasproductie.

De Zonnekoning en de fabricage van spiegelglas

Lodewijk XIV speelt een belangrijke rol in de geschiedenis van glas. Het was de Zonnekoning een doorn in het oog dat hij voor spiegels afhankelijk was van Venetiaans glas. De Venetiërs wisten destijds het glas dusdanig te slijpen en polijsten dat het spiegelde. Lodewijk liet twintig glasblazers uit Venetië overkomen en begon in Parijs zijn eigen fabriek. Het resultaat is terug te zien in de Spiegelzaal in Versailles met enorme wanden van kleinere spiegels. Pas in 1168 lukte het om grotere glas oppervlakten te gieten op vlakke tafels. Kort daarna verhuisde de glasfabriek van de Zonnekoning van Parijs naar het plaatsje St. Gobain. Vanaf die tijd bestond er zowel vensterglas als spiegelglas.

De komst van floatglas in 1959

In 1959 vonden de gebroeders Pikington uit Engeland floatglas uit. Met de komst van floatglas verdwenen spiegelglas en vensterglas. Floatglas wordt in een continu proces gemaakt door het op circa 1500°C smelten van zand, kalk en soda. Ook glasscherven worden toegevoegd in dit fabricageproces. Floatglas dankt zijn naam aan het feit dat het gesmolten glas, na het via en overflow verlaten van de oven, drijft op een bad van vloeibaar tin. Hierdoor wordt het glas volkomen vlak of glas.

De mogelijkheden vandaag de dag

Glas is populair. Architecten gebruiken het in hun ontwerpen, zowel voor het interieur als exterieur.

Ook decoratieve stukken van glas zijn graag gezien. Tegenwoordig zijn er vele verschillende glasproducten met ieder hun eigen karakteristiek, zoals isoleren en brand weren. Glas komt er in vele soorten en maten afhankelijk van gewenste toepassingen functie.